Reglement

Hier vind je de belangrijkste zaken uit het schoolreglement. Informatie over de schoolagenda, het huiswerk en het rapport, over de levensbeschouwelijke vakken, de oudercontacten en nog veel meer kan je op deze pagina vinden.

Reglement van de school

Om de school toe te laten rekening te houden met de bepalingen inzake ouderlijk gezag moeten de ouders aan de school melding maken van niet meer samenwonen en afspreken welke ouder de informatie meekrijgt via het kind en welke ouder de informatie ontvangt via de post. Het eerste contact tussen school en ouders gebeurt via een schoolagenda voor de lagere vestiging of een heen-en-weerschrift voor de kleuterklassen. Verder zijn er ook nog geplande contacten met de ouders en occasionele contacten.

Geplande contacten

1. opendeurnamiddag: de laatste zaterdag van augustus voor de nieuwe leerlingen.

2. informatie-avond: elke groepsleerkracht geeft een infoavond in de loop van september. (voor de peuters: meermaals per jaar)

3. info-avond over de bosklas (september)

4. info-avond 6de leerjaar: over het voortgezet onderwijs (voorjaar): CLB-team

5. individuele contacten

de kleuters

a. Lochristi: in februari en eind juni

b. Beervelde: eind oktober, februari en eind juni

de lagere klassen

a. eind oktober, vóór de krokusvakantie vóór de grote vakantie

b. einde 6de leerjaar: bespreking met de CLB-afgevaardigde voor de ouders van de leerlingen die het moeilijk hebben met hun keuze in het secundair voortgezet onderwijs.

Op afspraak: na vraag van een lid van het schoolteam of een ouder.

Huisbezoeken: op vraag van een ouder

Occasionele contacten

De ouders kunnen een lid van het schoolteam ontmoeten op elke schooldag tussen 08.10 en 8.25 uur of na afspraak.

Tijdens de lesuren zijn er GEEN contacten mogelijk, ook niet aan de klasdeur.

Wat is zorg? Waarom zorg?

Sommige kinderen hebben nood aan een individuele begeleiding. Voor de kinderen die nood hebben aan een individuele begeleiding werkt de school vormen uit van individuele ondersteuning. De ouders ondersteunen op een positieve manier de maatregelen die in samenspraak genomen zijn. De zorgcoördinator is zichtbaar aanwezig op onze school. Dit houdt in dat hij het aanspreekpunt is voor zowel leerkrachten als leerlingen, ouders, externe begeleiders. Een beleid ontwikkelen vanuit een door het schoolteam gedragen visie en gezamenlijke doelgerichtheid is hierbij onontbeerlijk. Alle zorginitiatieven dienen gecoördineerd op elkaar afgestemd te worden. Binnen het zorgbreed onderwijs ligt de klemtoon op het opvolgen van de ontwikkeling van de individuele leerling of de leerlingengroep op alle terreinen. Om ons zorgbeleid optimaal te kunnen coördineren kiezen we ervoor alle initiatieven te bundelen onder één noemer, namelijk ZORG.

 

Zorg op klasniveau

De groepsleerkracht organiseert het ‘leerklimaat’ in de klas en staat in voor differentiatie, werken in niveaugroepen, contractwerk, hoekenwerk en eventueel individueel aangepaste taken.

Zorg op schoolniveau

Kindvolgsysteem

De school volgt de vorderingen van de leerlingen op via de vorderingssystemen die bij de leermaterialen horen. Het leesniveau (AVI) wordt bijgehouden. De puntenlijsten worden gecentraliseerd en via een overzicht van de onderwijsloopbaan bijgehouden.

Er zijn leerlingenbesprekingen tijdens Multi-Disciplinair Overleg (MDO)

• soorten: overgangsgesprekken, besprekingen van alle leerlingen van een groep (klas), bespreking van leerlingen met problemen (op basis van gegevens uit het kindvolgsysteem of na aanmelding)

• Samenstelling MDO: groepsleerkracht, zorgcoördinator, directeur, externe deskundige, ouders (bv. CLB-begeleider, begeleidende logopedist, …)

• Betrokkenheid van ouders bij en informatie aan de ouders over MDO (zie ook oudercontact)

Zorgcoördinator

Coördinatie van alle zorginitiatieven: aanspreekbaar zijn voor iedereen, overleg organiseren, brugfunctie naar het C.L.B. verzorgen, oudercontacten stroomlijnen, inrichten van een documentatiecentrum, …

Ondersteunen van de leerkracht: het geven van didactische suggesties, observaties uitvoeren, probleemanalyse maken, met de groepsleerkracht een handelingsplan voor een leerling opstellen, het leerlingvolgsysteem ondersteunen, …

GOK-leerkracht

Begeleiding van de leerlingen: uitvoeren van het handelingsplan, versterken van het welbevinden van de leerling, klasinterne hulp bieden, verder testen van zorgleerlingen, …

CLB-medewerker

Suzy Schepers, orthopedagoge, staat de ouders, de kinderen en de leerkrachten bij rond specifieke noden van de psychosociale leerlingenbegeleiding.

 

Schoolagenda

In de kleutergroepen hebben de leerlingen een heen-en-weerschrift.

Vanaf het lager onderwijs krijgen de leerlingen een schoolagenda. Hierin worden de taken van de leerlingen en mededelingen voor ouders dagelijks genoteerd.

De ouders en de groepsleraar ondertekenen minstens wekelijks de schoolagenda of het heen-en-weerschrift.

Huiswerk

De huiswerken worden genoteerd in het heen-en-weerschrift of de schoolagenda. Indien een leerling zijn huiswerk vergeet, kan de groepsleraar de nodige maatregelen nemen.

Rapport

Een synthese van de evaluatiegegevens van de leerling wordt neergeschreven in een rapport. Dit rapport wordt bezorgd aan de ouders, die ondertekenen voor kennisneming. Het rapport wordt, in de loop van het schooljaar, ondertekend terugbezorgd aan de groepsleraar.

Toelatingsvoorwaarden kleuteronderwijs

Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee en een half jaar oud zijn.

Als een kleuter, op het moment van inschrijving nog geen drie jaar is, kan hij in het gewoon basisonderwijs slechts toegelaten worden op één van de volgende instapdata

• de eerste schooldag na de zomervakantie;

de eerste schooldag na de herfstvakantie;

• de eerste schooldag na de kerstvakantie;

• de eerste schooldag van februari;

• de eerste schooldag na de krokusvakantie;

• de eerste schooldag na de paasvakantie;

• de eerste schooldag na Hemelvaart.

 

Toelatingsvoorwaarden lager onderwijs

1. Principe

Om toegelaten te worden in het lager onderwijs moet een leerling zes jaar zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar én ten minste aan één van de volgende voorwaarden voldoen:

• het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste 220 halve dagen aanwezig zijn geweest,

• voldoen aan een proef (taaltest) die de kennis van het Nederlands, nodig om het lager onderwijs aan te vatten, peilt. Het CLB waar de school een beleidscontract mee afgesloten heeft zal de proef afnemen en de resultaten aan de school meedelen;

• beschikken over een bewijs dat de leerling het voorafgaande schooljaar onderwijs heeft gevolg in een Nederlandstalige onderwijsinstelling uit een lidstaat van de Nederlandse taalunie.

Afwijkingen op het principe:

• Een leerling die een jaar te vroeg (wordt 5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt ingeschreven, moet het voorafgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste 185 halve dagen aanwezig zijn geweest.

• Voor zij-instromers van 7 jaar of ouder gelden de bovenstaande voorwaarden niet.

De gewijzigde bepalingen van artikel 4 §4 gelden voor inschrijvingen die betrekking hebben op het schooljaar 2010-2011 of later.

2. Afwijkingen op de toelatingsvoorwaarden lager onderwijs

In het gewoon onderwijs kan een leerling die zes jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar nog één schooljaar in het kleuteronderwijs ingeschreven worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad en van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) nemen de ouders hierover een beslissing.

Voor leerplichtige kinderen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is enkel een advies van een CLB vereist.

Een leerling die vijf jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, kan in het lager onderwijs ingeschreven worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders hierover een beslissing.

In het gewoon onderwijs volgt een leerling normaal zes jaar, maar minimaal vier jaar en maximaal acht jaar, les in het lager onderwijs. Een leerling die vijftien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan geen lager onderwijs meer volgen.

Voor toelating tot het achtste jaar is een gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB vereist.

Wanneer een leerling een deel van zijn schoolloopbaan in het gewoon onderwijs en een ander deel in het buitengewoon onderwijs heeft doorgebracht, dan is de mogelijke duur van het lager onderwijs maximaal 9 jaar.

Leerlingen, ouders en leerkrachten houden zich aan de leefregels en afspraken die in het schoolreglement en de afsprakennota zijn opgesomd en aanvaarden de consequenties bij het niet naleven ervan.

1. Onenigheid tussen leerkrachten en ouders

Bij onenigheid tussen leraren en ouders nemen de ouders in de eerste plaats contact op met de betrokken leerkracht om, in gemeenschappelijk overleg, te trachten tot een vergelijk te komen.

Wanneer dit overleg geen resultaat oplevert, kan men een afspraak maken met de directeur zodat deze kan trachten een overeenkomst tussen beide partijen tot stand te brengen.

Indien deze beide vormen van overleg mislukken, kunnen de ouders zich wenden tot het schoolbestuur, via de schepen van onderwijs. (de burgemeester)

2. Onenigheid met leerlingen

Soms worden gemaakte leefregels en afspraken niet nageleefd en/of kunnen zowel de leerkracht als het kind zich vergissen.

Als een leerling de goede werking van de school hindert of het klasgebeuren stoort kunnen volgende maatregelen worden getroffen:

• een ordemaatregel;

• een geschreven individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregels

• een tuchtmaatregel

Maatregelen en bijhorende procedures zijn verder gespecificeerd in hoofdstuk 8 van het schoolreglement.